Vorige week nam ik deel aan een discussie over ongewenste kinderloosheid. Daarin werd er door iemand de vraag gesteld of zij de namen mocht delen die ze bedacht had voor als ze ooit zwanger zou mogen worden. Helaas besloot het leven anders en bleef ze ongewenst kinderloos. Toch had ze deze namen altijd in haar hart bewaard. Haar omgeving vroeg er nooit naar, maar voor haar waren ze zo belangrijk. De namen die nooit genoemd worden. Zo eigen en dichtbij, maar ook zo ongekend en onbemind.

Als je al zolang probeert om zwanger te worden, zijn juist dit soort kleine dingen een houvast. Een teken van hoop. Want stel, het lukt deze keer wel? In gedachten zie je jezelf al lopen met je kleine Anna of met je kleine Bas. Hoop afgewisseld met verdriet.

Ook wij hebben 2 namen voor onze ongeboren kindjes en ik koester ze als een deel van mij. Ons zoontje, Tom, hebben we daarom bewust een naam gegeven hoewel (toendertijd) de Nederlandse wet ongeboren kindjes pas officieel erkende vanaf 20 weken. Voor ons was en is Tom levensecht. Ik hem hem gevoeld en dicht bij mijn hart gedragen. Nu heeft hij voor altijd een plekje in mijn hart en fysiek een plekje op Texel waar we een steen hebben neergelegd ter nagedachtenis aan hem.

De namen die nooit genoemd worden. Eigenlijk beschrijven deze paar woorden precies de kern van ongewilde kinderloosheid. Er spreekt zoveel stil verdriet uit. Het daadwerkelijk hardop uitspreken van de naam of namen voelt bijna als een soort ontheiliging en boort tegelijkertijd weer een nieuwe laag aan in het rouwproces omtrent ongewilde kinderloosheid. Een rouwproces dat vele lagen kent en waarschijnlijk levenslang zal duren want elke nieuwe levensfase zal nieuwe momenten van verdriet kennen.

Uit het bedenken van een naam spreekt hoop. Het maakt een diepgewortelde wens tastbaar en eigen. Een naam is bijzonder: gegeven door je ouders uit wiens liefde je geboren bent en die je uniek maakt. Herkenbaar voor iedereen.

Juist de namen die nooit gedragen zullen worden, zijn bijzonder en zo uniek dat ze het verdienen om genoemd te worden. Ik heb getwijfeld of ik de namen in deze blog zou noemen. Mede omdat er heel diep in mij nog een sprankje hoop leeft. Wonderen bestaan. Tom was zo’n wondertje. Maar toch wil ik ze graag delen omdat ik wil proberen te voorkomen dat het een taboe blijft en ook omdat ik hoop dat dit weer leidt tot een stukje erkenning van al die kindjes die niet geboren zijn (mogen) worden, maar die wel al een naam gekregen hadden van hun ouders.

Tom was onze eerste keuze voor een jongetje. Deze naam is nu voor altijd verbonden met ons ongeboren kindje omdat we wisten dat het een jongetje zou worden. Onze tweede keuze voor een jongetje is/was Valentijn, vernoemd naar de dag waarop mijn man en ik elkaar ontmoet hebben. Onze eerste keuze voor een meisje is/was Sarah, vernoemd naar de Sarah uit het boek van Tatiana de Rosnay ‘Haar naam was Sarah’. Een eerbetoon aan dat kleine, sterke meisje dat voor en door het leven getekend is door de wreedheden van de Tweede Wereldoorlog.

Een naam vormt een verbintenis met het leven en vormt een blijvende herinnering. Namen leven voort in ons en in de generaties na ons als bakens van hoop, liefde en leven.

I wrote your name in the sky
But the wind blew it away
I wrote your name in the sand

But the waves washed it away
I wrote your name in my heart
And forever it will stay

(Bron: Anoniem)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.